Kamerleden begrijpen oorzaak ggz wachtlijsten niet

wachtlijsten in de GGZ

Kamerleden begrijpen oorzaak ggz wachtlijsten niet

Vandaag verscheen in RTL nieuws het bericht dat de kamer de wachtlijsten in de GGZ zat is. De instellingen worden als hoofdschuldige aangewezen. GGZ.nl heeft diverse ggz aanbieders geraadpleegd en komt tot een genuanceerder beeld van de werkelijke situatie. Vier factoren lijken de oorzaak te zijn voor de huidige wachtlijstproblematiek.

  • Zorgverzekeraars hebben sinds 2012 het beleid dat instellingen niet of zeer beperkt mogen groeien. Dit is naar aanleiding van de opdracht die verzekeraars van de overheid hebben meegekregen om de toename van zorgkosten in de hand te houden.

Dit beleid sorteert effect. De kosten in de zorg nemen langzamer toe dan aan de hand van modellen werd voorspeld in de oude situatie. Anderzijds is er gebruik gemaakt van grove methodiek. Immers, niet mogen groeien van instellingen is alleen redelijk wanneer het hele speelveld verder gelijk blijft. Zodra andere aanbieders minder zorg gaan aanbieden, failliet gaan of ermee stoppen dient het budget direct beschikbaar te zijn voor andere aanbieders die er vanzelfsprekend alleen gebruik van mogen maken voor directe cliëntzorg. Per saldo lijkt het erop dat beschikbaar budget niet snel genoeg terugvloeit naar andere aanbieders met wachtlijsten.

  • Grote instellingen hebben vinger in de pap in meerdere schakels van het zorgsysteem.

In de jeugdzorg zijn veel grote instellingen betrokken bij het indicatieteam die vanuit de gemeenten worden georganiseerd. Dit geeft de macht aan deze instellingen om vooral naar zichzelf te verwijzen. Dit verwijzen naar zichzelf stopt niet zodra de wachtlijsten te hoog oplopen. Het lijkt erop dat instellingen de wachtlijsten strategisch inzetten. In plaats van te verwijzen naar andere aanbieders met kleinere wachtlijsten gebruiken ze hun eigen wachtlijsten als drukmiddel richting verzekeraars.

Volwassenzorg is anders georganiseerd. Het is echter ook hier het geval dat grote aanbieders hun eigen verwijsstroom grotendeels kunnen organiseren. In deze tak gaat het door middel van de psychologisch assistenten op de huisartsenpost, de zogenaamde POH-ggz. De POH-ggz is in het leven geroepen om huisartsen te ontlasten. De meest basale psychologische hulp kan worden gegeven op de huisartsenpost. Alleen wanneer het echt niet anders kan worden cliënten doorverwezen naar de meer gespecialiseerde centra. In de praktijk blijkt het systeem redelijk te werken. De toestroom naar de ggz instellingen zou wellicht nog groter worden zonder de POH-GGZ. Tegelijkertijd is het helaas ook zo dat de POH-GGZ onderdeel is van een verdienmodel van zowel huisartspraktijken als ggz instellingen. De cliënten worden een paar keer gezien door de POH-GGZ die nota bene is aangesteld door de GGZ instelling. Deze aanstelling is soms direct maar geschiedt nog vaker via zuster b.v.’s of stichtingen. De betreffende cliënt wordt vervolgens binnen de instelling gehouden via het zogenaamde stepped-care model. Via een traject in de generalistische basis GGZ (gbGGZ, kortdurende zorg, vaak zo’n 10 sessie, redactie) worden ze doorverwezen naar een andere zuster b.v. die specialistische (sGGZ) zorg gaat verlenen. Voorafgaande aan alle onderdelen van het traject moeten cliënten maandenlang en soms zelfs meer dan een jaar wachten op zorg. Zorg die in veel gevallen wel kan worden verleend in andere instellingen die niet actief kunnen zelfverwijzen.

  • Wachtlijsten zijn niet altijd even duidelijk te meten.

Zeker bij kleinere instellingen is het niet altijd te plannen hoe lang een potentiële cliënt moet wachten op zorg. Immers, een psychologisch traject is geen taart die kan worden gebakken volgens een vast recept. Een wachtlijst van 20 mensen kan soms zijn opgelost in 4 weken maar soms pas in 12. Het is daarbij ook nog relevant om te bedenken dat er zeker in de kleinere instellingen wordt gevraagd om een specifieke behandelaar. Cliënten vinden het in veel gevallen geen bezwaar om voor een bepaalde behandelaar een aantal maanden te wachten. Deze wachttijden moeten in het huidige model wel worden meegenomen in de gemiddelde wachttijd maar dit is wellicht niet helemaal terecht.

  • De differentiatie tussen jeugdzorg en volwassenzorg leidt tot veel problemen voor mensen tussen 16 en 22 jaar.

De vergoedingen voor kinderen onder 18 jaar verloopt via de gemeente en vanaf 18 jaar verloopt de vergoeding via verzekeraars. Omdat er het afgelopen decennium vanuit verschillende hoeken (verzekeraars, overheden) hard is ingezet op specialistische centra zijn er nog maar weinig instellingen die goede continuïteit kunnen bieden van zorg bij het bereiken van de 18 jarige leeftijd. De 18 jarige moet daarom weer opnieuw in een verwijsmolen; in veel gevallen dus alle stappen; Huisarts, POH-GGZ, gbGGZ en daarna sGGZ. Zeker voorafgaande aan de laatste onderdelen (gbGGZ en sGGZ) moeten jongvolwassenen opnieuw maanden wachten.

Oplossingen lijken aanwezig. Kleinere instellingen zonder eigen verwijsnetwerk zouden makkelijker budgetverruiming moeten krijgen. Een ongebonden huisarts of POH-GGZ die verwijst naar een specifieke instelling heeft daarvoor vaak een goede reden. Dit zou reden genoeg moeten zijn voor vergoedende instellingen om de instelling hiervoor te belonen. Instellingen met zowel jeugdzorg als volwassenzorg moeten als specialist worden gezien voor de groep cliënten tussen 15 en 25 jaar.

Heb je ook een oplossing? Deel het met ons.

rtl nieuws 13-6-2018

https://ggz.nl/kabinet-dreigt-met-boetes-wegens-wachttijden-ggz/

https://ggz.nl/wachttijdproblematiek-in-de-ggz-waar-gaat-het-wel-goed/

https://ggz.nl/verzekeraar-steekt-wachtlijstgeld-in-zak/

https://ggz.nl/kabinet-gaat-optreden-tegen-wachtlijsten-in-geestelijke-gezondheidszorg/

3 Reactie's

Geef een reactie