Een filosofische benadering voor psychiatrische vraagstukken

Een filosofische benadering voor psychiatrische vraagstukken

Een filosofische benadering voor psychiatrische vraagstukken

Bron: Radboud Universiteit

Het is in de psychiatrie een terugkerend patroon, meestal veroorzaakt door voortschrijdende inzichten: de omarming van nieuwe benaderingen om psychische problemen te begrijpen, onderzoeken en behandelen. Maar hoe is zo’n koerswijziging te verantwoorden? Filosoof Nina de Boer, postdoctoraal onderzoeker aan de Radboud Universiteit, hoopt de psychiatrie daar vanuit de cognitie- en wetenschapsfilosofie mee te ondersteunen. “Filosofie kan helpen om meer grip op zulke benaderingen te krijgen.”

Ze weet het nog goed. Tijdens haar werk als onderzoeksassistente bij MRI-onderzoek naar de hersenen van mensen met verslavingen en obsessieve klachten, las Nina de Boer een artikel over een systemische benadering van mentale stoornissen. “De in het artikel beschreven netwerktheorie greep me aan”, blikt ze terug. “Alles wat daarin stond klopte intuïtief, maar ik kon er niet mijn vinger op leggen.” Ze besloot zich erin te verdiepen en ging er tijdens haar studie meer over lezen. Vervolgens kwam er aan de Radboud Universiteit een promotieplek vrij om vanuit de filosofie onderzoek te doen naar deze theorie. “Die kans greep ik aan. Ik wilde uitpluizen waarom deze benadering zo kloppend voelde.”

Psychische problemen als netwerk

De netwerktheorie stelt dat mentale stoornissen niet één enkele oorzaak hebben, maar netwerken zijn van symptomen die elkaar in stand houden. “Neem piekeren”, legt De Boer uit. “Dat kan ervoor zorgen dat je slecht slaapt. Door slaaptekort krijg je concentratieproblemen, die weer tot meer piekeren kunnen leiden. Zo versterken gedachten en gevoelens elkaar en kun je verstrikt raken in een patroon.”

Volgens De Boer staat deze zienswijze haaks op de biomedische benadering, die sinds de jaren tachtig in de psychiatrie dominant is. “Die benadering gaat ervan uit dat de symptomen van een mentale stoornis, zoals somberte, gevoelens van waardeloosheid en slecht slapen bij een depressie, voortkomen uit één onderliggende biologische oorzaak. Sinds de jaren tachtig is de psychiatrie meer gaan focussen op het stellen van diagnoses aan de hand van symptomen. Dit maakte psychische problemen beter meetbaar, waardoor er onderzoek kon worden gedaan naar hun biologische basis in onze genen of hersenen.”

Verschillende denkgereedschappen

Omdat de biomedische benadering niet tot de gehoopte doorbraken in kennis over psychisch lijden heeft geleid, groeide de laatste jaren de kritiek op deze benadering. “Ook vanuit academische ziekenhuizen”, weet De Boer. Daarom probeerde ze in haar onderzoek los te komen van het idee dat mentale ontregeling altijd één duidelijke oorzaak heeft. “Ik onderzocht daarentegen hoe we op een systemische manier naar psychisch lijden kunnen kijken: hoe gedachtes en gevoelens elkaar beïnvloeden, in samenhang met biologische en omgevingsfactoren. Dus het systeem als geheel.”

Zelf begon ze haar onderzoek met een duidelijke hypothese. “Mijn intuïtie was dat de systemische benadering de juiste was en de biomedische benadering niet.” Maar haar conclusie werd genuanceerder. “De ene benadering is niet per definitie beter dan de andere. We moeten ze zien als verschillende denkgereedschappen. Afhankelijk van de context kan een benadering nuttig zijn bij onderzoek of behandeling.” Dat betekent ook: benaderingen niet vroegtijdig afschrijven. “We moeten nooit een benadering volledig loslaten omdat we gemerkt hebben dat er haken en ogen aan zitten, want we zullen nooit een perfecte benadering vinden.”

De Boer ziet een terugkerend patroon. “Bij de omarming van nieuwe benaderingen wordt vaak gedacht: nu gaan we psychische problemen écht begrijpen. Filosofisch onderzoek is dan relevant: uitpluizen wat er precies met een benadering wordt bedoeld en of de claims standhouden. Filosofie kan helpen om meer grip op zulke benaderingen te krijgen.”

In het verlengde daarvan doet De Boer sinds eind 2025 met collega’s onderzoek naar een andere geprezen ontwikkeling: de inzet van ervaringskennis in de psychiatrie. “In de zorg en in onderzoek worden steeds vaker mensen betrokken die zelf psychiatrische klachten hebben meegemaakt. Ervaringsdeskundigen kunnen sensitief zijn voor factoren die anderen niet zien. Dat maakt hun ervaringen belangrijk, zowel ethisch als inhoudelijk. Ook hier kan de filosofie helpen om uit te pluizen wat ervaringskennis precies is.”

Nieuwe perspectieven

Volgens De Boer heeft het meerwaarde om vanuit de filosofie naar de psychiatrie te kijken. “De psychiatrie zit vol filosofische vragen: Wat is psychisch lijden? Wat is een stoornis? Waar ligt de grens tussen normaal en abnormaal? In definities zitten waarden verscholen. Daarover kunnen we met elkaar in discussie gaan. Zo worden onderliggende aannames zichtbaar, zodat cliënten, behandelaars en onderzoekers bij henzelf kunnen nagaan wat die betekenen.”

Het daarover nadenken biedt ruimte, stelt De Boer. “Het geeft vrijheid om te bepalen hoe je je tot psychische klachten wilt verhouden en hoe je erover spreekt. Dat opent weer nieuwe perspectieven, bijvoorbeeld om milder naar een diagnose te kijken. En filosofie kan zo dus helpen om scherper te denken en zorgvuldiger te handelen.”

– Dit artikel verscheen eerder op Radboud Recharge. –

Geen reactie's

Geef een reactie