02 apr Zowel volwassenen met als zonder autisme passen onbewust communicatie aan voor kinderen
Bron: Radboud Universiteit
Wanneer je als volwassene met een kind praat, ga je onbewust anders praten. Vaak wordt gedacht dat zulke aanpassingen voor autistische mensen moeilijker zijn, maar uit nieuw onderzoek blijkt deze groep er in eerste instantie net zo goed in als niet-autistische leeftijdsgenoten. Maar waar neurotypische deelnemers die aanpassingen tijdens een gesprek geleidelijk bijstellen op basis van nieuwe signalen, blijven autistische deelnemers vasthouden aan hun eerste inschatting. Onderzoekers van de Radboud Universiteit publiceerden hun bevindingen onlangs in tijdschrift Autism.
Deelnemers van het onderzoek werd gevraagd een online spelletje te spelen, waarbij ze door middel van bewegingen op een speelbord de locatie van een verborgen doel moesten communiceren aan hun medespeler. De deelnemers werd afwisselend verteld dat ze het spel samen met een kind of volwassene speelden, maar in werkelijkheid werd er steeds met dezelfde persoon gespeeld.
Aanpassen voor kinderen en volwassenen
“Zowel autistische als niet-autistische [ook wel ‘neurotypische’] deelnemers legden in het begin extra nadruk op hun bewegingen, en speelden het spel iets langzamer en rustiger, als ze dachten dat ze met een kind communiceerden”, legt Saskia Koch, neurowetenschapper aan de Radboud Universiteit en een van de auteurs uit. Gaandeweg lieten de neurotypische deelnemers die nadruk los, als ze het idee hadden dat het ‘kind’ en de ‘volwassen’ tegenspeler even vaardig bleken. Maar de autistische deelnemers hielden vast aan die eerste aanname, en bleven zich aanpassen alsof ze met een kind speelden.
Koch: “Niet omdat ze zich niet wilden aanpassen, maar omdat ze de subtiele sociale aanwijzingen dat de andere speler even capabel is niet oppikten. Als er bijvoorbeeld een expliciete aanwijzing verscheen, zoals een foutmelding in beeld, dan waren beide groepen daar even gevoelig voor. Ook de autistische deelnemers pasten hun gedrag direct aan wanneer ze expliciet horen dat iets niet werkt. Dat laat zien dat ze de interactie serieus nemen, en dat ze wíllen dat de interactie soepel verloopt.”
Opvallend is dat alle spelers hun gedrag volledig onbewust lijken aan te passen. Koch: “We vroegen deelnemers in een vragenlijst na afloop of ze hun gedrag aangepast hadden voor kinderen, maar dat ontkenden ze vrijwel allemaal. Mensen zijn er niet van bewust dat ze meer nadruk op hun communicatie leggen als ze met een kind interacteren. Maar uit hun bewegingen blijkt van wel, hoe subtiel ook.”
Kinderopvang
Uit het onderzoek bleek dat neurotypische deelnemers die als kind meer uren in de kinderopvang doorbrachten, beter waren in het loslaten van aannames tijdens het spel. Bij autistische deelnemers werd dit verband niet gevonden. “Dat betekent niet dat kinderopvang geen nut heeft voor autistische kinderen, maar het suggereert wel dat zij minder vanzelfsprekend profiteren van de sociale prikkels die voor andere kinderen heel vormend zijn”, legt Koch uit.
Volgens de onderzoeker is het belangrijk om bepaalde hardnekkige ideeën over autisme te nuanceren. “Er wordt soms gedacht dat autistische mensen minder gemotiveerd zouden zijn om sociale interacties aan te gaan. Onze resultaten laten juist zien dat ze óók die eerste stap zetten, óók willen dat de ander hen begrijpt. Het verschil zit in het verwerken van subtiele, impliciete signalen die tijdens een interactie ontstaan.”
Bekijk hier het onderzoeksartikel van Koch en haar collega’s in tijdschrift Autism.
– Dit artikel verscheen eerder op Radboud Recharge. –
Geen reactie's