Dieren op een afdeling voor dubbele problematiek – Een kwalitatieve studie naar ervaringen van patiënten en personeel

Dieren op een afdeling voor dubbele problematiek – Een kwalitatieve studie naar ervaringen van patiënten en personeel

ISSN: 2589-8108        DOI: https://doi.org/10.31739/GGZV.2022.1.15          © GGZ Vaktijdschrift, 2022;1(5):13-24

 

Nienke Kool, Jennifer van Vugt & Ferenc Jonas

Auteurs zijn allen werkzaam bij Centrum Dubbele Problematiek, Fivoor

 

Correspondentieadres

n.kool@fivoor.nl

 

 

Samenvatting

Binnen deze studie is een antwoord gezocht op de vraag wat de aanwezigheid van varkens betekent voor patiënten van een centrum voor dubbele problematiek en of dit bijdraagt aan het leefklimaat en behandelprogramma. Twee focusinterviews zijn afgenomen, bij patiënten (N=7) en bij personeel (N=7). Middels de thematische analyse kwamen de thema’s verzorging en therapeutische werking naar voren. Waar patiënten de verzorging als waardevol ervaren, benoemt het personeel echter vooral de last die dit met zich meebrengt. Beide groepen benoemen de therapeutische werking: het biedt niet alleen afleiding en ontspanning, maar vooral meerwaarde op moeilijke momenten. Op basis van de uitkomsten, kan de aanwezigheid van dieren op een afdeling worden aanbevolen, waarbij het van belang is van te voren goed te onderzoeken welk dier geschikt is. Deze studie is uitgevoerd in samenwerking met de cliëntenraad.

 

 

 

Inleiding

Vanaf de toevallige ontdekking van psychiater en psychotherapeut Levinson (1969) dat dieren positieve effecten kunnen hebben op de psychische gezondheid, bestaat binnen de hulpverlening belangstelling voor deze vorm van behandelen [1]. Zo ontstonden dierondersteunende interventies of Animal Assisted Interventions (AAI): therapie, coaching, counseling, educatieve programma’s of activiteiten met behulp van dieren [2].

Er bestaan vier verschillende vormen van AAI: Animal Assisted Therapy (AAT), Animal Assisted Education (AAE), Animal Assisted Coaching (AAC) en Animal Assisted Activities (AAA) [2]. AAT wordt uitgevoerd door een BIG-geregistreerde behandelaar en dieren hebben een therapeutische rol tijdens de behandeling. De dieren hebben een vaste begeleider en wisselende patiënten. De therapie richt zich op het verbeteren van het fysiek, cognitief, gedragsmatig of sociaal-emotioneel functioneren van patiënten. AAE wordt uitgevoerd door bevoegde leerkrachten en dieren worden ingezet in een educatieve setting. Het heeft als doel het verbeteren van sociale vaardigheden, taal en cognitief functioneren. AAC is een vorm van hulpverlening waarbij met behulp van dieren doelgericht gewerkt wordt aan bewustwording en persoonlijke groei. Dit proces wordt begeleid door een gediplomeerde coach. AAA is een meer informele activiteit met dieren, waarbij het doel voornamelijk het verbeteren van de kwaliteit van leven is. Motiverende, educatieve en recreatieve activiteiten kunnen aangeboden worden door opgeleide en niet-opgeleide mensen. AAA kan ook doelgericht ingezet worden in een behandeling. Voor alle vormen van AAI is het van belang dat de begeleider adequate kennis heeft over gedrag, behoefte, gezondheid en stressindicatoren van het dier dat ingezet wordt [2].

Inmiddels vinden dierondersteunende interventies plaats binnen de psychologie, psychiatrie en andere vormen van gezondheidszorg [3; 4]. Positieve effecten worden bereikt op het gebied van herstel en behoud van gezondheid.

Binnen een centrum voor dubbele problematiek, waar patiënten worden behandeld die zowel een psychiatrische diagnose als een verslaving hebben, gaven de patiënten aan dat zij graag dieren op de afdeling wilden hebben. Besloten is toen om twee varkentjes aan te schaffen, deze zijn in maart 2018 gearriveerd. Aanvankelijk verbleven de varkens op de begane grond, in een hok in de centrale binnenruimte van de afdeling. Toen de varkens groter werden dan gepland, het bleken mini-varkens en geen micro-varkens, verhuisden zij naar een hogere etage waar op een dakterras een speciaal hok voor hen werd gebouwd. Het doel van de aanwezigheid van de varkens is om patiënten te leren verantwoordelijkheid te nemen, maar ook voor afleiding en ontspanning. Patiënten worden op vrijwillige basis betrokken bij de verzorging van de varkens, zoals het voederen en schoonmaken van het verblijf. Sinds september 2019 is er eenmaal per week ‘therapie met varkens’. Patiënten kunnen zich aanmelden, waarna ze met een vaste medewerker de varkens mee naar buiten nemen en activiteiten met hen ondernemen. De dagelijkse verzorging van de varkens is ingeroosterd en wordt over de afdelingen verdeeld. Twee medewerkers verzorgen de speciale taken, zoals contact met dierenarts en onderhoud.

De aanwezigheid van deze twee varkens, Heppie en Heidi, leidt tot vrolijke taferelen maar roept ook regelmatig discussie op. Dit was de aanleiding om een studie te verrichten naar de ervaringen van zowel patiënten als personeel. Centraal stond hierbij de vraag wat de aanwezigheid van de varkens betekent voor patiënten en of dit bijdraagt aan het leefklimaat/behandelprogramma.

 

 

 

Heppie en Heidi als jonge biggetjes, kort na aankomst op de afdeling.

Methode

Setting

De studie vindt plaats binnen een centrum voor dubbele problematiek (CDP). In deze derdelijns setting worden mensen opgenomen met een ernstige verslaving in combinatie met ernstige psychiatrische problematiek. De gevolgen voor mensen met een dubbele problematiek zijn ernstig, zij hebben vaak problemen op meerdere levensterreinen zoals wonen, sociale contacten, werk en inkomen. Ook worden zij vaker opgenomen [5].  Het CDP biedt ambulante en klinische behandeling, zowel gesloten als open, aan patiënten van 18 tot 65 jaar. Patiënten zijn hier vaak langdurig, maar  niet altijd aaneengesloten, in behandeling vanwege het chronische karakter van hun aandoening.

 

Design

Om de onderzoeksvraag te beantwoorden is gekozen voor een kwalitatief design met een thematische analyse. Omdat samenwerking met de cliëntenraad belangrijk wordt gevonden binnen de afdeling, werd de raad benaderd met de vraag of deze wilde participeren bij het onderzoek. Deze uitnodiging werd aanvaard, waarna gezamenlijk is gekeken naar vraagstelling, werkwijze en
taakverdeling. Dit leidde tot de volgende onderzoeksvraag “ Hoe wordt de aanwezigheid van en het zorgen voor Heppie en Heidi ervaren, en is het een waardevolle aanvulling op het leefklimaat/behandelprogramma?”. Eerst werden patiënten geïnterviewd middels een focusgroep, later gevolgd door een focusgroep onder het personeel dat het meest te maken heeft met de varkens, voornamelijk werkend op de afdeling. Een informatiebrief met informed consent formulier werd opgesteld voor patiënten, waarna de cliëntenraad participanten wierf, hierbij ondersteund door het secretariaat. Voor het personeel werd eveneens een informatiebrief opgesteld, waarbij deelname aan het interview gold als informed consent. Personeel werd geworven door de teamleider.

Inclusiecriteria voor patiënten waren betrokkenheid bij Heppie en Heidi en informed consent afgegeven hebben. Exclusiecriteria waren in crisis of onder invloed zijn. Voor het personeel golden geen specifieke in – of exclusiecriteria, behalve werkzaam zijn bij de betrokken afdeling. Interviews werden geleid door iemand van de cliëntenraad, een andere vertegenwoordiger van de raad en een onderzoeker waren hierbij aanwezig en stelden aanvullende vragen. De onderzoeker nam de interviews op een voicerecorder op, werkte dit verbatim uit, zorgde voor de (eerste) analyse en het schrijven van het verslag. De betrokken vertegenwoordigers van de cliëntenraad ontvingen het verslag, gaven hier commentaar op dat verwerkt werd in een volgende versie, totdat consensus was bereikt over de definitieve versie.

Voorafgaand aan het onderzoek is toestemming gevraagd en gekregen van de commissie wetenschappelijk onderzoek van de instelling waar de betrokken afdeling onder valt.

Dataverzmeling en analyse

Data werd verzameld door het afnemen van twee focusinterviews. De interviews werden afgenomen in een activiteitenruimte op de afdeling, begonnen met een herhaling van de uitleg van het onderzoek en verzamelen van informed consent formulieren (bij de patiënten en voor zover deze nog niet eerder waren ingeleverd). Daarna werd bij beide groepen gestart met de vraag: wat vinden jullie ervan dat hier twee varkens op de kliniek rondlopen? Via aanvullende vragen werd gepoogd verdieping aan te brengen. Alle aanwezigen werden aangemoedigd hun mening te geven. Aan het eind van de bijeenkomst werden een paar demografische gegevens verzameld: geslacht, leeftijd en duur van de behandeling voor de patiënten; geslacht, leeftijd, functie en tijd in dienst voor het personeel. De cliëntenraad zorgde voor iets lekkers te eten en drinken tijdens de interviews.

De analyse heeft plaatsgevonden door de uitgewerkte interviews herhaaldelijk en uitgebreid te lezen, waardoor bekendheid met de data ontstond. Daarna is gezocht naar betekenissen en thema’s, die vervolgens georganiseerd werden tot een betekenisvol geheel [6].

 

Resultaten

Resultaten focusgroep patiënten

Zeven patiënten namen deel aan de focusgroep, zes mannen en een vrouw. De gemiddelde leeftijd van de participanten was 40 jaar. Er was grote variatie in behandelduur: van 18 jaar, vier jaar, twee jaar (2x), enkele maanden (2x) tot een week.

De resultaten zijn te onderscheiden in twee thema’s: verzorging en therapeutische werking.

 

Verzorging

De verzorging gaat zowel over de betekenis hiervan voor patiënten als over de verzorging door het personeel. Alle aanwezige participanten vertellen in meerdere of mindere mate betrokken te zijn bij de verzorging van de varkens. Hieronder verstaan zij het eten geven en het schoonmaken van het hok en de ruimte waar de varkens verblijven. De meeste participanten doen dit af en toe, een enkeling doet dit met grote regelmaat. Ze geven aan dat dit een vrijwillige en vrijblijvende bezigheid is. Deze verzorging levert hen voldoening, afleiding en tijdsinvulling op. Participanten beschrijven dat het een voldaan gevoel geeft om geleerd te hebben om voor de varkens te zorgen, maar ook dat het uitvoeren zelf voldoening geeft.

 

“Dan zie je dat toch als een klusje en dat geeft een goed gevoel, dat je dat gedaan hebt.”

 

Het zorgen voor de varkens geeft afleiding en tijdsinvulling.

 

“’s Avonds zijn er ook moeilijke momenten voor sommigen hier, omdat het dan een lange avond is, dan heb je wel afleiding om iets, dan vraag je om de biggetjes te verzorgen, dat geeft toch ook een soort rust.”

 

Volgens de participanten worden de varkens goed verzorgd door het personeel. Ze geven een compliment aan twee personeelsleden die zeer betrokken zijn. Tegelijkertijd spreken ze hier hun zorg over uit. Men spreekt de voorwaarde uit dat er altijd iemand van het personeel betrokken moet zijn bij de verzorging van de varkens, waar de regie ligt over de gehele zorg voor de varkens.

 

“Stel dat je op een gegeven moment alleen maar personeel hebt dat niet zoveel met de varkens heeft, dat is voor mij een beetje angst: wordt er dan nog wel goed voor ze gezorgd?”

Therapeutische werking

Participanten spreken het meest over de therapeutische werking die de varkens op hen heeft. Zij ervaren rust, een goed gevoel, maar ook plezier door hun omgaan met de varkens. Dit gevoel ontstaat soms door voor de varkens te zorgen of ze na te tekenen, maar soms ook door bij ze te zijn, ze te kroelen of simpelweg naar ze te kijken. Een aantal participanten geeft aan dat het contact met de varkens soms makkelijker is dan met mensen. Dat de varkens niet oordelen en veroordelen speelt hierin een grote rol. Maar ook dat het voor de varkens niet uitmaakt wat iemands voorgeschiedenis is of om welke reden iemand opgenomen is.

 

“Het is puur contact, het gaat niet over je verslaving, over je dagelijkse dingetjes en dat is het prettige. Dieren hebben geen idee met welke problemen wij hier zitten.”

 

Dat varkens niets verwachten van patiënten wordt ook als een voordeel gezien.

 

“Bij begeleiders kan je soms het gevoel hebben dat een begeleider een beetje op je nek zit ofzo dat je niet weg kunt lopen. Bij die varkens kun je gewoon weglopen.”

 

De helft van de participanten beschrijft dat ze vooral contact zoeken met de varkens op moeilijke momenten. Als ze van slag zijn, zich erg alleen of eenzaam voelen of tijdens een traumabehandeling. Door bij de varkens te zijn, voelen ze zich gekalmeerd, vrolijken ervan op en het geeft afleiding. Het brengt rust, zonder dat het nodig is om woorden te gebruiken. Een paar participanten benoemen dat de varkens hierdoor een plekje opvullen wat niet door begeleiders of medepatiënten geboden kan worden.

Participanten reageren verschillend op de vraag of het belangrijk is dat het varkens zijn en geen andere dieren. Een deel zegt dat ze zo gewend en gehecht zijn aan de varkens dat ze deze niet voor andere dieren willen ruilen. Ze zouden van slag zijn als de varkens weg zouden moeten. Een deel geeft aan dat het wat hen betreft ook een ander dier zou mogen zijn. Echter, benoemt vrijwel de hele groep, is het wel lastig welk dier dan. Men wil wel graag een dier waar contact mee mogelijk is, dus geen vissen bijvoorbeeld. En omdat veel mensen allergisch zijn voor katten vindt men dat geen goed alternatief. De participanten menen dat er geen allergie voor varkens bestaat, wat voor de varkens pleit. Door hun centrale plek binnen de locatie kunnen de varkens door alle patiënten makkelijk bezocht worden, wat de participanten als een voordeel zien. Ook omdat dit betekent dat als iemand niets met de varkens te maken wil hebben, dit ook tot de mogelijkheid behoort.

Participanten kunnen geen nadeel bedenken omtrent de aanwezigheid van de varkens. Hun enige zorg is de eerder genoemde benodigde betrokkenheid van personeel.

 

Resultaten focusgroep personeel

Zeven mensen namen deel aan de focusgroep, twee mannen en vijf vrouwen, variërend in achtergrond van behandelmedewerker tot manager. De gemiddelde leeftijd was 38 jaar en de gemiddelde tijd werkzaam op de afdeling 4,5 jaar.

Ook in deze focusgroep kwamen de thema’s therapeutische werking en verzorging naar voren, maar anders dan bij de patiënten lag hier meer nadruk op de verzorging.

 

Verzorging

De verzorging van de varkens is een dagelijks terugkerende taak die verdeeld is over de afdelingen. Er is discussie onder de participanten of dit een extra taak is of een onderdeel van de werkzaamheden die er nu eenmaal zijn. Men erkent dat de manier waarop iemand dit beleeft een rol speelt.

 

“Veel mensen vinden het wel leuk als ze er maar zelf niets mee hoeven te doen. Maar ja, dat geldt hetzelfde voor het hardloopclubje. Sommige mensen vinden dat leuk en sommigen denken ja leuk maar ik ga echt niet mee.”

 

Omdat de varkens op het dakterras staan, zijn ze uit het directe zicht. Iemand moet dus de afdeling verlaten voor de verzorging, maar men ervaart ook dat het extra aandacht vraagt om te bedenken dat ze nog verzorgd moeten worden. Het lukt niet altijd om patiënten te motiveren om mee te gaan, waardoor het nog meer als extra taak wordt ervaren. Er is verschil van mening over de belasting hiervan: een van de participanten vindt dat het wel mee valt en de tijd die het kost maar beperkt is, en door het meenemen van patiënten, is deze tijd nuttig besteed. Een andere participant benoemt dat het storend kan zijn.

 

“Er moet toch iemand van de afdeling af en je moet toch met elkaar regelen wie dat gaat doen, je moet toch iemand soort van afstaan.”

 

Vooral als het druk is of er weinig personeel is, wordt dit ervaren.

 

Volgens de participanten lukt het altijd om iemand te vinden die voor de varkens zorgt, ook als er alleen maar mensen werken die niet zoveel met de varkens hebben.

 

“Wel dat het vergeten wordt, van oh ja de varkens, maar niet dat echt niemand gaat maar wel met weerstand van ja en die varkens…”

De participanten bespreken of een ander dier in aanmerking zou kunnen komen. De traditionelere huisdieren zoals een hond, kat of konijn hebben de voorkeur, echter deze hebben allemaal als nadeel dat mensen daar allergisch voor kunnen zijn. Daarbovenop vraagt een hond ook veel verzorging en zijn sommigen mensen daar bang voor. Speciale anti-allergie katten of honden vindt men niks, omdat de ‘knuffelfactor’ ook belangrijk is.

 

Therapeutische werking

Alle participanten vinden dat dieren een toegevoegde waarde hebben voor patiënten. Zij zien dat patiënten trots zijn omdat ze iets hebben om voor te zorgen en verantwoordelijkheid voor te dragen. De interactie die ontstaat tussen patiënt en varken, zorgt voor ontspanning en afleiding en maakt dat patiënten even hun zorgen vergeten.

 

“Dat je een soort onvoorwaardelijke liefde krijgt van een dier, dat is wel belangrijk, als je altijd gewend bent aan de kant geschoven te worden.”

 

Participanten benoemen dat vooral voor patiënten die in de war, psychotisch of minder op hun plek zijn, het contact met de varkens helpend kan zijn. Er hoeft niet gepraat te worden en er wordt niet geoordeeld.

 

“Al zeggen ze niks, dan is er toch een soort communicatie, waar ze rustig van worden, ja, dat vind ik mooi om te zien.”

 

Wel vindt men het lastig dat iemand van de afdeling af moet om bij de varkens te komen. Zeker als een patiënt in de war is, moet een verpleegkundige mee, soms zelfs twee. Een belangrijke voorwaarde is daarnaast dat patiënten weten dat de varkens er zijn en dat ze daar naar toe kunnen, men erkent dat hier meer aandacht voor moet zijn.

“Soms zijn er echt mensen die hier al drie weken opgenomen zijn en die helemaal niet weten…dus misschien moeten we ook wat meer reclame maken.”

 

Het feit dat de varkens zo groot zijn, speelt volgens de participanten ook een rol. Hierdoor kunnen ze niet vrij loslopen, neem je ze niet even onder de arm mee naar een afdeling en zijn ze geen onderdeel van het proces op de afdeling zelf. Waardoor er geen spontane interactie ontstaat en er ook weinig mogelijkheid is om te observeren hoe een patiënt reageert.

 

Discussie

In dit onderzoek is een antwoord gezocht op de vraag ‘Hoe wordt de aanwezigheid van en het zorgen voor Heppie en Heidi door de patiënten ervaren, en is het een waardevolle aanvulling op het leefklimaat/behandelprogramma?’. Bij zowel de patiënten als het personeel komen twee thema’s naar voren: verzorging en therapeutische werking. Het accent ligt bij het thema verzorging echter anders tussen de twee groepen. Waar patiënten de verzorging als waardevol ervaren, benoemt het personeel vooral de last die dit voor hen met zich meebrengt. Voor de meesten van hen is het een (extra) taak die het werk verzwaart. De patiënten beleven juist plezier en voldoening aan deze taak. De vrijblijvendheid speelt hier mogelijk een rol: patiënten kunnen kiezen om de verzorging op zich te nemen, terwijl het personeel deze keuze in mindere mate heeft: per dienst moet iemand hiervoor zorgdragen.

Belangrijk is dat dieren goed verzorgd worden. In een White Paper van de International Association of Human-Animal Interaction Organizations zijn richtlijnen opgenomen voor het welzijn van mens en dier die betrokken zijn bij AAI. Hierin wordt o.a. benoemd dat professionals bekend moeten zijn met het specifieke dier dat ingezet wordt en dat zij verantwoordelijkheid dragen voor het welzijn van het dier [2]. Uit dit onderzoek wordt niet duidelijk of personeel een speciale opleiding heeft gehad voor de verzorging van varkens. Wel dat een paar personeelsleden specifieke betrokkenheid voelen en dat zij de ruimte krijgen van het management om zich hiervoor in te zetten.

De therapeutische werking door de aanwezigheid van de varkens wordt benoemd als belangrijk. Beide groepen noemen niet alleen de afleiding en ontspanning die het biedt, maar vooral de meerwaarde op moeilijke momenten. Het heersende stigma rond mensen die verslaafd zijn (geweest) maakt dat mensen met een (ex)verslaving veel beperkingen ervaren in hun contact met anderen [7]. Dat in het contact met dieren geen woorden nodig zijn, dat er niet geoordeeld wordt en men volledig geaccepteerd wordt zoals men is, is van grote betekenis.

Patiënten in deze studie zijn trots op  hun verzorging van de dieren. Ness et al. (2014) beschrijven in hun literatuur review dat een betekenisvol leven bijdraagt aan een focus op het dagelijkse bestaan. Hierdoor ontstaan mogelijkheden om een stabieler leven te leiden, en wordt het welzijn vergroot [8]. Gevoelens geaccepteerd te worden en nuttig te zijn, kunnen bijdragen aan herstel [9] en zijn daarom belangrijk om te bewerkstelligen in een behandeling.

Belangrijk is de keuze van het dier, zowel voor de patiënten als voor het dier zelf. Op de afdeling is gekozen voor varkens omdat er geen allergieën bekend zijn met deze dieren en er wel interactie plaats kan vinden met hen. Voor het bereiken van positief effect is het ontstaan van interactie een voorwaarde [3]. Het is echter ook belangrijk dat het dier zelf deze interactie zoekt en leuk vindt, zonder daardoor stress of angst te ervaren [10]. Of dat het geval is, is niet duidelijk geworden in deze studie. Wel is duidelijk dat de varkens groter zijn geworden dan verwacht, wat belemmerend werkt in het spontane contact. Of varkens vaker worden ingezet binnen therapie met dieren is niet bekend, wel zijn er goede ervaringen met zorgboerderijen. Aannemelijk is dat daar ook varkens rondlopen.

Beperking van het onderzoek is het kleine aantal respondenten en mogelijk selectiebias. Hoewel er veel moeite gedaan is om breed te werven onder alle patiënten, is niet uit te sluiten dat vooral mensen hebben deelgenomen die een positieve mening hebben over de aanwezigheid van de varkens. Onder het personeel is gepoogd een vertegenwoordiging van alle betrokken afdelingen te krijgen. Dit is slechts deels gelukt, van één (van de vier) afdelingen was geen personeel aanwezig door personeelstekort.

 

Conclusie en aanbevelingen

De aanwezigheid van dieren wordt in deze studie door alle participanten als waardevol voor de patiënten gezien. Dit hoeven geen varkens te zijn, hoewel een deel van de patiënten zeer gehecht is geraakt aan deze twee specifieke varkens. Deze patiënten zouden deze niet in willen ruilen voor een ander dier. De verzorging is belangrijk, zowel als taak als voor het welzijn van de dieren. Als uitsluitend naar de verzorging gekeken wordt, is de aanwezigheid van de varkens een verzwarende taak voor de verpleging. Wordt echter de therapeutische werking meegenomen, dan wordt de meerwaarde gezien. Door patiënten te indiceren voor wie een dierondersteunende interventie van aanvullende betekenis kan zijn, zou meer en gerichter gebruik gemaakt kunnen worden van deze interventie. Ook kunnen zowel hulpverleners als patiënten meer gemotiveerd worden om actiever gebruik te maken van AAI. Bijvoorbeeld door voorlichting te geven samen met de cliëntenraad. Het welzijn van dieren is minstens zo belangrijk als het welzijn van mensen. Hoewel hier genoeg aandacht voor lijkt te zijn, is het belangrijk om dit goed te borgen. Op basis van de uitkomsten, kan de aanwezigheid van dieren op een afdeling worden aanbevolen. Laatste aanbeveling is om vooraf ook onderzoek te doen naar welk dier het meest geschikt is voor de locatie waar het dier terecht komt.

 

Met dank aan de cliëntenraad van Fivoor voor hun bijdrage bij het tot stand komen van dit onderzoek.

 

 

Referenties

  1. Levinson, B. M., & Mallon, G. P. (1997). Pet-oriented child psychotherapy: Charles C Thomas Pub Limited.
  2. Jegatheesan, B., Beetz, A., Ormerod, E., Johnson, R., Fine, A., Yamazaki, K., . . . Choi, G. (2014). IAHAIO Whitepaper 2014 (updated for 2018). The IAHAIO Definitions for Animal Assisted Intervention and Guidelines for Wellnes of Animals Involved in AAI. Available online: http://iahaio. org/best-practice/white-paper-on-animal-assisted-interventions/(accessed on 11 April 2018).
  3. Rietveld, T., & Enders-Slegers, M. (2018). De inzet van dieren en zorg en onderwijs: Recente ontwikkelingen en signalering van risico’s voor het welzijn van honden.
  4. Kovács, G., Van Dijke, A., Noback, I., & Enders-Slegers, M. (2020). Integrated Equine-Assisted Short Term Psychodynamic Psychotherapy (EASTPP) equals regular STPP and outperforms in overcoming core problems of patients with personality problems: interpersonal sensitivity and self-esteem. Applied Neuroscience and Mental Health, 1(1), 2-20. doi:10.31739/ANAMH.2021.1.2
  5. Wamel, A. v., & Neven, A. (2015). Geïntegreerde behandeling van cliënten met een dubbele diagnose (IDDT).
  6. Sundler, A., Lindberg, E., Nilsson, C., & Palmér, L. (2018). Qualitative thematic analysis based on descriptive phenomenology.(September 2018), 733–739. In.
  7. Erp, v., N., & Meulen, v. d., A. (2017). Factsheet Stigma en Verslaving. In Trimbos (Ed.).
  8. Ness, O., Borg, M., & Davidson, L. (2014). Facilitators and barriers in dual recovery: a literature review of first-person perspectives. Advances in Dual Diagnosis.
  9. Brekke, E., Lien, L., Davidson, L., & Biong, S. (2017). First-person experiences of recovery in co-occurring mental health and substance use conditions. Advances in Dual Diagnosis.
  10. Fine, A. H., Beck, A. M., & Ng, Z. (2019). The state of animal-assisted interventions: addressing the contemporary issues that will shape the future. International journal of environmental research and public health, 16(20), 3997.

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.